Wachtlopen

Wachtlopen op een kazerne van de landmacht is een serieuze taak. Wat gebeurt er als je 2 mennekes van 18 en 20 met een mitrailleur de donkere nacht instuurt? Lees het in: OP WACHT IN DE NACHT.

Op televisie zie ik een man zijn wachtronde doen in een museum. Hij draagt daarbij een geweer. Het ding lijkt een beetje op een luchtbuks. De bewaker gaat van ruimte naar ruimte en elke keer als hij een deur opent, wordt het best wel spannend. Het zou toch wat zijn dat er iemand zich expres ingesloten heeft en die man dan oog in oog met die persoon staat? Wat doet hij dan? Richt hij meteen zijn geweer? Hoe rustig blijft hij dan? Gelukkig kwam de bewaker niemand tegen op zijn ronde, maar die vragen zal hij zich vast wel eens eerder gesteld hebben. In mijn militaire diensttijd heb ik me diezelfde vragen al eens gesteld. Ons peloton was een keer aan de beurt om wacht te lopen op de Kromhoutkazerne in Utrecht. In het weekend nog wel! Daar baalden we van. Het was echter september, dus geen vrieskou en enigszins lang licht. Dat scheelde. Overdag was het vooral bij de poort zitten en staan om militaire paspoorten te controleren. Niks aan. Maar 's nachts moest er op het grote terrein van de kazerne gepatrouilleerd worden. Met z'n 2en bij alle gebouwen kijken of alles op slot zat en zo. Dat leek ook allemaal een makkie, een beetje rondlopen en deuren checken. Dat ging wel lukken. De commandant van de wacht gaf onze groep de nodige instructies en... ieder een UZI-mitrailleur en een magazijn met scherpe patronen. Geen scherpe alsof je je kunt prikken aan een scherpe punt, maar patronen met echte kogels waarmee je iemand kunt... juist! Zelf was ik net 18 jaar geworden en mijn maat telde er 20. Snotneuzen nog eigenlijk. Grote kinderen met een echt schietgeweer, die de donkere nacht ingestuurd werden om de orde te handhaven, voor zover er maar iets te handhaven viel op zo'n bijna uitgestorven kazerne op zaterdagavond. Iedereen zat lekker thuis met vriendin of vrouw, of met kameraden in de kroeg. Maar wij dus niet. Na de instructies gingen we de afgesproken route lopen, langs de compagniegebouwen en de eetzaal, het exercitieterrein en daarna naar achteren, bij de garages en werkplaatsen. Het was een heerlijke zomeravond, we liepen in gevechtstenue met zonder jas en met dat gevaarlijke wapen bungelend op de buik. De magazijnen met de patronen zaten in de broekzak. Dat moest, stel dat dat schiettuig per ongeluk afging! Dat zou onze baas, koningin Juliana vast niet leuk vinden. In de broekzak waren ze toch binnen handbereik, mocht het onverhoopt nodig zijn.

Zo'n kazernecomplex ziet er in het donker en als het verlaten is best wel spookachtig uit. Eerst was het wel spannend, maar na een paar gesloten deuren was die spanning wel weg. Over een uurtje zaten we weer bij de TV, dan mochten de volgende 2 het rondje lopen. Met die gedachte liepen we richting de garages en de werkplaatsen. Twee jonge stoere militairen, die nog lang niet volwassen waren, in de donkere Utrechtse nacht. Alles leek rustig. En toen we de hoek om kwamen, je kon erop wachten, zagen we bij één van de werkplaatsen volop licht brandden. We stonden meteen stil, alle zintuigen sprongen op code rood en de adrenaline in ons lijf was al aan de Olympische 100 meter sprint begonnen. We keken elkaar aan. We twijfelden. Toch moesten we gaan kijken. Eerlijk gezegd was ik toen niet zo'n held, dus liet ik mijn maat voor gaan. Die voelde aan de deur... DIE WAS OPEN! We riepen of er iemand binnen was. Geen antwoord. Hardop dacht ik om het patronenmagazijn uit mijn zak te halen, alleen vond de andere jongen dat geen goed idee. Zeker niet als ik met dat geladen wapen achter hem liep. De werkplaats werd onderzocht... niets natuurlijk. Gewoon iemand vergeten het licht uit te doen en gedacht dat een ander de boel wel af zou sluiten. Opgelucht liepen we langs een oefenterrein, tot bij de onderofficiersmess. Dat was het laatste gebouw op onze ronde. Achterom was een ingang voor het keukenpersoneel. Nu mocht ik aan de deur voelen... g*dverd*mme, OOK OPEN! Wel n*ndeju, nu moest ik voorop en naar binnen. Nog steeds geen held en met razende adrenaline door mijn lichaam liepen we door de keuken. Met één hand hield ik de UZI vast en de andere hield in mijn broekzak het magazijn met de patronen vast. Expres deed ik deuren hardhandig open en praatte een beetje hard. Daarmee hoopte ik eventuele insluipers af te schrikken en weg te jagen. Het leek alsof we in een film speelden. Toch kwamen we vooralsnog niemand tegen. In de grote eetzaal werd het nog even spannend. Wat als er iemand onder een tafel zat? Wat deden we als we oog in oog met iemand stonden? Richtten we dan meteen ons geweer? Het was geen luchtbuks wat we bij ons hadden, hè! Mijn hart klopte snel toen we achterin de zaal aankwamen. Geen insluipers onder de tafels dus, toch zagen we nog iets wat mogelijk niet helemaal in de haak was. In de hoek was een kast en de deur ervan stond op een kier. SHIT! Het zou ons toch niet gebeuren dat we bij de laatste deur op onze ronde nog verrast gingen worden? Ik trok aan de klink.... Huh? Wat was dat nou? Het was niet zomaar een kast, in de kast stond bier, sterke drank en chips en alles. Opnieuw keken we elkaar aan. Na zo'n spannende patrouille hadden we wel een biertje of borrel verdiend. En met wat lekkere zoutjes erbij kwamen we de lange nacht wel door. We zagen de gezichten van de andere maten al voor ons. Die zouden wel onder de indruk zijn van deze vangst. En toch... deden we de kast weer dicht. Daar gingen we ons echt niet schuldig aan maken. Dan maar geen bier en chips. Dat zou Juliana ook niet goed gevonden hebben, soldaten met drank op, die haar kazernes bewaakten. Een hele ervaring rijker kwamen we het kantoor van de wachtcommandant binnen. De volgende jongens zaten al klaar om hun ronde te gaan doen. Lachend vroegen ze: 'En? Nog lelijke inbrekers gevangen vanavond?' We kregen van de commandant worstenbroodjes aangeboden, waar we een flinke hap van namen en keken elkaar weer eens aan. 'Nee hoor,' antwoordden we lachend. 'Behalve 2 beren die broodjes smeerden, hebben we niemand gezien. Eigenlijk best saai hoor, patrouille lopen. Niks aan! Heeft er iemand misschien chips en wat te drinken meegenomen? We hebben honger en dorst gekregen van dat wachtlopen.' De rest van dat weekend bleef het gelukkig nog lang rustig op de kazerne.

Sponsoren