Flapuiten

Een vakantie naar het buitenland staat vaak in het teken van genieten. In mijn geval staan vakantie’s daarnaast ook nog voor zon, zee, strand en (proberen) een kleurtje te krijgen. En wanneer je dan eenmaal op je vakantiestekje zit, kan niemand dit meer van je afnemen. Ook wel het ‘ik-kan-alles-aan-en-zeggen-wat-ik-wil-op-vakantie gevoel’ genoemd. 

Hollands is een lastige taal voor buitenlanders en al helemaal wanneer je in binnensmonds dialect tegen je medevakantiegangers er uit knalt: “Dè minde nie!” En wij, zo Brabants als we zijn, vinden het altijd erg leuk om over anderen te roddelen wanneer we in het buitenland zijn. Duitsers die met witte sokken in sandalen lopen, een iets té pikant geklede bejaarden Chinese vrouw, Engelse jongeren die veel te overdreven schateren van het lachen en die ene knul die aan de rand van het zwembad in slaap is gedommeld en geluid maakt dat niet te evenaren is.
 
Het is op deze momenten te verleidelijk om opmerkingen te maken. Sterker nog, weer zo Brabants als we zijn, flappen we er uit wat we vinden zonder na te denken wat we zeggen, met welk volume we dit zeggen en welke gebaren we hier bij maken. Vaak gaat dit goed en gepaard met lachbuien en de een na de andere opmerking, maar soms slaan we de plank mis.
 
Zo had ook ik ooit een opmerking waarover ik had moeten nadenken. Opvallend genoeg kon ik met mijn zachte stem die woorden op die ene mooie vakantiedag een keer hard uitbrengen en ben ik ontzettend goed in het maken van een ‘0’ met mijn handen, waardoor de ‘clue’ van de grap niet te missen was. Want wat had die vent een flinke ei op zunne kop. 
 
Niet snel na de opmerking spatte de lichaamstaal van dit lopend ‘ei’ al woedend richting mij en liep de kop wat roder aan, zijn ‘ei’ bleef wit. Op dit moment besefte ik dat ik toch echt dat het een Nederlands eitje was. Ik scharrelde snel verder.
 
Maar ach, als ge mar leut het!
Sponsoren